Altijd even compassievol?

Zelf beroep ik mij er op dat ik me bij oncologische patiënten, zeker die met een slechte prognose, altijd empathisch en compassievol probeerde op te stellen. Ik organiseerde voor deze patiënten destijds een apart spreekuur zodat ik zeker driekwart uur ongestoord de tijd voor ze kon nemen.
Maar had ik die houding ook tegenover al mijn andere patiënten met minder ernstige afwijkingen?

Ik herinner mij een tienermeisje die bij hockey haar enkel had verzwikt. Zes weken tape, dat was het wel zo’n beetje. Toen de tape er afging, vroeg de moeder mij indringend of fysiotherapie niet nodig was. Ik gaf wat adviezen over proprioceptieve oefeningen en zei, wat kortaf, dat fysiotherapie echt niet nodig is. Zelf wat oefenen was meer dan genoeg.
Niet geheel tevreden gingen moeder en dochter mijn spreekkamer uit. Op de controle afspraak zag ik ze niet terug.
Wat ik kort daarop wel zag, was het verzoek van de Klachten Cie om te reageren op een boze en verongelijkte brief van de moeder. Ik was bot, kortaf etc.

Ik besefte dat de moeder gelijk had en schreef een mea culpa-achtige brief terug.
Voor haar was daarmee de kous af.

Echter zelf bleef de vraag mij achtervolgen waarom ik niet altijd elke patiënt even compassievol tegemoet kon treden.
Argumenten genoeg: ’s nachts je bed uit; zorgen op het thuisfront; overvol en uitlopend spreekuur; een slechte patiënt op de IC; een komend slecht nieuwsgesprek waar ik tegenop zag etc. etc.
Kortom het dagelijkse leven van een dokter zit vol met valkuilen. Dit ten detrimente van het contact met de patiënt. Wat te doen teneinde niet weer in die valkuil te duikelen?

Moeilijk. Het besef dat je daar af en toe invalt helpt al heel erg.
Misschien mindfulness. Dat helpt tenslotte vaker, ook bij stress!

Piet Leguit, chirurg n.p.
Laren, januari 2019