Compassie in de opleiding

 

Tijdens een bestuursvergadering over compassie in de opleiding, kon ik als jonger lid gelukkig anders verhalen dan de oudere bestuursleden. Misschien was vroeger compassie meer toebedeeld aan de verpleegkundigen.

Tijdens mijn verpleegstage trok ik veel op met de eerstejaars leerling-verpleegkundige, die net op de zware interne afdeling waren begonnen. Het kwam voor dat wij een overledene mee moesten wegbrengen naar het mortuarium en dat daar vijf mensen lagen, die in de afgelopen 24 uur op onze afdeling waren overleden. Als wij even uitpuften achter de balie, joeg broeder Jan ons weg. Volgens hem was daar niets te beleven en gebeurde alles op zaal. Hij had natuurlijk gelijk.

Vier jaar later liep ik op diezelfde afdeling mijn senior co-assistentschap. Een arts-assistent deed iets bijzonders. Wij kwamen op de afdeling met de bedoeling ons aan het papierwerk te wijden. Hij trok een gezicht en zei: “We gaan eerst iets leuks doen.” Wij gingen bij een oudere dame zitten en hij sprak met haar over haar ziek zijn, de situatie thuis en haar wensen en verlangens. Er werd niet veel over de medische diagnose of behandeling gesproken. De patiënte leek het gesprek erg te waarderen. Na dit gesprek van ruim een kwartier gingen we terug naar het kantoor. “Zo, nu kan ik er weer even tegen”, zei hij. Helaas heb ik niet gevraagd, waarom hij dat deed en wat zijn overwegingen waren.

Dit soort dingen gebeurde niet vaak, maar vijfentwintig jaar later vind ik het nog steeds een goed voorbeeld om te volgen.

M. Caroline Vos, gynaecoloog                                                                                         Tilburg, september 2015