De andere kant van dementie.
Makkelijk was het niet. De schok toen mijn vader me vroeg: “Neem me niet kwalijk, maar mag ik vragen wie u bent?” En lang daarvoor telefoontjes met de vraag of ik de volgende keer mijn dokterstas mee wilde nemen, “want dan kan je me dat spuitje geven, dat heb je me toch beloofd?” Dat was toen de eerste poepbroeken kwamen en het hem steeds zwaarder viel om de strakke indeling van zijn leven vast te houden. Zijn dementie beschreef hij als een enorme, massief-ijzeren staaf die dwars door het plafond (zijn hersenpan?) zijn bestaan was "ingedreund". Euthanasie wilde hij uiteindelijk toch niet. In plaats daarvan kwam er steeds meer thuis- en mantelzorg. 

 

Geleidelijk ontstond er ruimte. Onze bezoeken werden vredige adempauzes in onze overvolle levens. Hij hield ervan om onze handen vast te houden en te horen hoe het met ons ging. We zetten hem in zijn rolstoel om te gaan wandelen in het bos en hielpen hem de pet te vinden die paste bij het weer. 

Mijn vader ontwikkelde zich tot een soort Boeddha. Hij luisterde met overgave, was nieuwsgierig en bewonderde me mateloos omdat ik de weg in het bos zo goed kende. Hij werd de vader die ik altijd had willen hebben en die hij misschien ook wel altijd had willen zijn: open, zonder oordeel, dankbaar voor wie ik was. Ik hoefde niet meer zijn pretenties en ambities waar te maken, want die was hij vergeten. 

 

Ik heb veel van deze tocht geleerd, ook als huisarts en ben anders naar dementie gaan kijken. Als het voor een demente veilig genoeg is en er voldoende liefde en houvast in zijn leven is, hoeft dementie niet alleen verlies te zijn. Er kan ook een nieuwe wereld opengaan. Om die te ervaren moet je wel met aandacht aansluiten bij wat de dementerende je laat zien, horen en voelen. 

 

Bram Tjaden, huisarts.

 

Dit is een aangepaste versie van zijn blog van in Medisch Contact: 
https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/mijn-vader-is-dood-bram-tjaden.htm