Seksualiteit in de spreekkamer

Verslag van de gecombineerde bijeenkomst: thema-avond KNMG-Midden Brabant en Platform ECG op 5 april 2016 te Tilburg

Seksualiteit in de spreekkamer

Marjan Traa is als postdoc verbonden aan de afdeling Medische en Klinische Psychologie van Tilburg University en als psycholoog werkzaam in  het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg. Zij doet onderzoek naar de seksuele gevolgen van dikke darmkanker voor patiënt en partner. Uit literatuurstudie blijkt dat er in alle studies seksueel disfunctioneren naar voren komt, maar er zijn dusdanig grote methodologische verschillen dat het moeilijk is concrete cijfers te geven. Wel blijkt dat er maar zeer beperkt aandacht is voor psychologische factoren en er geen gegevens zijn naar het effect op de partner.

Onderzoek van Marjan Traa laat zien dat de hulpverlener met een eigen bril kijkt en dat seksualiteit nauwelijks ter sprake komt. Verder is er sprake van een bio-psycho-sociaal systeem, waarvan de onderdelen elkaar sterk beïnvloeden.

De belangrijkste vragen die in de spreekkamer voorafgaand aan behandeling, maar ook tijdens follow-up aan de orde moeten komen zijn: Zijn patiënt en partner tevreden over hun seksuele relatie? Is er behoefte aan informatie? Is er behoefte aan hulpverlening? Het benoemen van seksualiteit en het normaliseren van eventuele seksuele problemen is belangrijk. De partner dient hierbij betrokken te worden. De hulpverlener moet het gesprek initiëren zonder assumpties te maken. De hulpverlener moet ook expliciet permissie geven om alles te bespreken met een persoonlijke open benadering en een holistisch perspectief, waarbij de patiënt en partner moeten kunnen aangeven wat de reikwijdte van de zorg zou moeten zijn. In sommige gevallen is doorverwijzing naar een seksuoloog geïndiceerd.

Woet Gianotten is arts-psychotherapeut (em) UHD Medische Seksuologie aan UMC Utrecht en Erasmus MC.
Als we praten over kanker of chronische ziekte en seksualiteit dan gaat het over de vraag: Wat doet de ziekte met seksuele functie, seksuele identiteit en de seksuele relatie. Die drie elementen zijn nauw verbonden en beïnvloeden elkaar. Hoe voel ik mij als man? Hoe voel ik mij als vrouw? Er is dan een grote diversiteit in kwesties. Hoe wordt de leefstijl van dit individu bepaald door de ziekte en gevolgen van de behandeling en vragen we daar voldoende naar? Soms gaat het over overleven en soms gaat het over de seksuele behoeftes, die belangrijker kunnen zijn dan overleven. Keuzes voor bepaalde behandelingen kunnen hierdoor beïnvloed worden.
Type problemen, waar patiënten mee te maken krijgen zijn bijvoorbeeld:
- Kanker veroorzaakt depressie, patiënt krijgt hiervoor paroxetine en kan daardoor geen orgasme meer krijgen.
- Identiteit: vrouw krijgt stoma, waardoor zij een verlies van gevoel vrouw te zijn ervaart.
- Relatie: man wordt impotent; vrouw neemt initiatief niet over.

Waarom hebben mensen seks? Er zijn wel meer dan tweehonderd motieven.
Enkele die genoemd worden: Seks kan emotioneel ontspannen, kan de relatie versoepelen, kan troostend werken, kan de eigenwaarde verhogen en verbetert de stemming. Directe fysieke effecten zijn: vermindering van de spierspanning, afleiden van ongemak en pijn. Verhoging van de pijndrempel. Verhoogt de oxytocine spiegel, waardoor je beter slaapt, een beter contact hebt en minder angstig bent. Seks heeft regeneratieve effecten.

Conclusie van deze avond:
‘No approach in medical care deserves the term holistic, as long as sexuality and Intimacy have not been addressed’

Sietze Graafsma